De Crisis- en herstelwet

17-12-2009

Door: Irma van den Berg (nieuwsbrief Kerst 2009)

Het zal niemand zijn ontgaan dat de Crisis- en herstelwet er aan komt. Bedoeld om, in deze tijden van crisis, ruimtelijke projecten te versnellen en werkgelegenheid te creëren. Niet iedereen zal weten wat de wet precies inhoudt en wat de stand van zaken is. Daarom een kort overzicht van de belangrijkste onderwerpen.

Inhoud

De Crisis- en herstelwet ziet op een aantal in drie bijlagen met name genoemde projecten op het gebied van infrastructuur, woningbouw, duurzaamheid, energie en innovatie. Bijvoorbeeld: de integrale gebiedsontwikkeling van de Noordelijke IJoevers, de binnenstedelijke herstructurering van Nijmegen, kustversterking bij de Waterdunen bij Breskens, of de ontwikkeling van een windmolenpark op de Tweede Maasvlakte. Het gaat volgens het kabinet om projecten die op korte termijn kunnen starten en die een significant effect hebben op de werkgelegenheid, economie en/of duurzaamheid.

De bedoeling van de wet is in de eerste plaats om het besluitvormingsproces bij deze projecten te vergemakkelijken. Daartoe is in hoofdstuk 1 van de wet een aantal tijdelijke – zij gelden tot 1 januari 2014 - bestuursrechtelijke en andere maatregelen opgenomen.

Zo kunnen decentrale bestuursorganen geen beroep instellen tegen een besluit van de centrale overheid in een aangewezen project indien dit besluit niet is gericht tot dat bestuursorgaan. Ook maakt het wetsvoorstel het mogelijk om, behalve vormfouten, inhoudelijke gebreken in een besluit in een bezwaar- of beroepsprocedure te passeren, mits belanghebbenden hierdoor niet benadeeld worden. Dit betekent een verruiming van artikel 6:22 Awb.

Voor rechtshulpverleners van belang is de bepaling die zegt dat een beroep niet-ontvankelijk is wanneer het beroepschrift geen gronden bevat. Pro forma beroepschriften behoren dus niet tot de mogelijkheden en na afloop van de beroepstermijn kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd. Bovendien moet de bestuursrechter in beginsel binnen zes maanden na afloop van de beroepstermijn uitspraak doen.

Verder wordt in hoofstuk 1 het relativiteitsvereiste ingevoerd. Dit vereiste geldt in de (hoger) beroepsfase, maar niet in bezwaar. De rechter mag een besluit niet vernietigen op een grond, die niet strekt tot bescherming van degene die zich op die grond beroept.

Ook ziet de wet op vereenvoudiging van de m.e.r.-procedure. Zowel de beschrijving van de alternatieven als de verplichte advisering door de m.e.r.-commissie komen te vervallen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 1 de lex silencio positivo ingevoerd voor (vooralsnog) alleen de aanlegvergunning. Die vergunning is dus in beginsel van rechtswege verleend indien niet binnen de beslistermijn op een aanvraag wordt beslist.

Hoofdstuk 2 introduceert een aantal bijzondere, eveneens tijdelijke (tot 1 januari 2014), voorzieningen, waarvan de belangrijkste het ontwikkelingsgebied is. Indien een gebied wordt aangewezen als ontwikkelingsgebied – wat hiervoor de criteria zijn vermeldt het wetsvoorstel niet - wordt voor het betrokken gebied een gebiedsontwikkelingsplan vastgesteld dat deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Het gebiedsontwikkelingsplan is erop gericht om de milieugebruiksruimte te optimaliseren. Dat betekent onder andere dat van bepaalde wettelijke milieueisen (zoals bijvoorbeeld opgenomen in de Wet geluidhinder, of de Wet inzake de luchtverontreiniging) gedurende maximaal 10 jaar mag worden afgeweken. Overigens mag dit niet leiden tot strijd met Europese regelgeving. Met het oog op innovatie zijn experimenten mogelijk ten behoeve waarvan, met inachtneming van de Europese regelgeving, eveneens van een aantal wetten kan worden afgeweken. Ter versnelling van de uitvoering van bouwprojecten wordt het projectuitvoeringsbesluit geintroduceerd; een besluit ter vervanging van alle voor het project benodigde vergunningen, ontheffingen, of andere bestuursrechtelijke besluiten.

Het derde en vierde hoofdstuk van de Crisis- en herstelwet bevat een groot aantal wijzigingen van andere wetten en regelingen, waaronder de Invoeringswet Wro, de Onteigeningswet, de Natuurbeschermingswet 1998, de - nog niet ingevoerde - Wabo en de Wet milieubeheer. Deze wijzigingen gelden niet alleen voor de in de bijlagen aangewezen projecten, maar in het algemeen.

De wet geldt tot 1 januari 2014, maar dat betekent niet dat na die datum niets meer van de wet te merken zal zijn. De wijzigingen van de andere wetten uit hoofdstuk 3 en 4 zijn niet tijdelijk. Bovendien blijft de wet ook na 1 januari 2014 gelden voor projecten waarvoor vóór die datum het eerste besluit ter uitvoering van dat project is genomen.

Stand van zaken

De bedoeling was dat de Crisis- en herstelwet per 1 januari 2010 in werking zou treden. De Tweede Kamer heeft de wet op 18 november 2009 aangenomen. Daarbij is een groot aantal wijzigingen doorgevoerd. De Eerste Kamer heeft laten weten dat het niet lukt om het wetsvoorstel vóór de Kerst te behandelen. De inwerkingtreding van de wet wordt nu (vooralsnog) per 1 maart 2010 verwacht.

De kamerstukken over deze wet zijn te vinden via www.overheid.nl, EK 2009 – 2010, 32 127 A.