Remedie tegen trage overheid

21-09-2009

Door: Sophie Prent (nieuwsbrief september 2009)

Op 1 oktober 2009 treedt de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking. Met deze wet wordt beoogd burgers en bedrijven een effectiever rechtsmiddel in handen te geven tegen trage besluitvorming door bestuursorganen. Hiertoe worden twee nieuwe regelingen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgenomen die van toepassing zijn in het geval een bestuursorgaan niet tijdig beslist.

Wanneer is sprake van niet-tijdig beslissen?

Een bestuursorgaan beslist niet tijdig wanneer het de beslistermijn overschrijdt. Binnen welke termijn een bestuursorgaan moet beslissen, is in een aantal gevallen in de wet voorgeschreven. Als in de wet niets is geregeld, moet het bestuurorgaan binnen een redelijke termijn beslissen. Volgens artikel 4:13 Awb bedraagt een redelijk termijn in beginsel acht weken. Dit kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, echter heel anders zijn. Er zijn zelfs gevallen waarin deze termijn slechts enkele dagen is.

Bestuursorgaan te laat: aanvrager kan bestuursorgaan in gebreke stellen

Aan de titel in de Awb die handelt over de beslistermijnen die gelden voor beschikkingen wordt de nieuwe paragraaf “Dwangsom bij niet tijdig beslissen” toegevoegd (paragraaf 4.1.3.2 Awb). Hierin wordt geregeld dat een aanvrager vanaf de eerste dag dat de beslistermijn wordt overschreden, het bestuursorgaan in gebreke kan stellen.

De enige eis die aan deze ingebrekestelling is gesteld, is dat het schriftelijk moet gebeuren. Voor de rest is deze vormvrij. Wanneer het bestuursorgaan twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling geen besluit heeft genomen, is het in gebreke en verbeurt het over de dagen dat het besluit uitblijft per dag een dwangsom. Deze dwangsom kan oplopen tot maximaal een bedrag van € 1260. Het initiatief voor deze procedure ligt bij de aanvrager. Als die niets doet, gebeurt er ook niets.

Als het gaat om een besluit waarvoor een redelijke termijn geldt, verstuurt de aanvrager de ingebrekestelling op het moment dat hij van mening is dat de redelijke termijn is verstreken. In de brief vermeldt hij dan dat de beslistermijn is verstreken. Na ontvangst van deze ingebrekestelling heeft het bestuursorgaan twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen, waarna het een dwangsom verbeurt. De mogelijkheid bestaat natuurlijk dat het bestuursorgaan zelf, in tegenstelling tot de aanvrager, van mening is dat de redelijke termijn nog niet is verstreken. Het bestuursorgaan kan dan twee dingen doen: het beslist binnen twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling alsnog op de aanvraag en voorkomt zo dat de dwangsom gaat lopen óf het deelt de aanvrager mede dat het van mening is dat de redelijke termijn nog niet is verstreken. Het is dan uiteindelijk aan de rechter om te beoordelen wat in het voorliggende geval een redelijke beslistermijn is.

Wat kan de aanvrager nog meer doen?

Achteraan de titel in de Awb die handelt over de behandeling van het beroep bij de rechtbank wordt de de nieuwe afdeling “Beroep bij niet tijdig beslissen” (afdeling 8.2.4a Awb) opgenomen. In deze afdeling is bepaald dat als het bestuursorgaan twee weken nadat de ingebrekestelling is verstuurd geen besluit heeft genomen, de aanvrager direct beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan instellen bij de rechtbank. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarin voor de aanvrager alleen de mogelijkheid bestaat om eerst bezwaar bij het bestuursorgaan te maken tegen het niet tijdig nemen van een besluit, waarna eventueel beroep bij de rechtbank mogelijk is.

De eerste dag waarop de aanvrager beroep kan instellen is dag waarop er twee weken zijn verstreken na de dag waarop de beslistermijn is overschreden én de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft verstuurd.

De rechtbank behandelt – met toepassing van 8:54 Awb – de zaak in beginsel zonder onderzoek ter zitting en beslist binnen acht weken. Wanneer de rechtbank het beroep gegrond acht, bepaalt zij dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog het besluit bekendmaakt. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven.

Weloverwogen beslissing

Omdat het uiteraard in ieders belang is dat het bestuursorgaan een weloverwogen beslissing neemt op een aanvraag, zijn de mogelijkheden voor het bestuursorgaan om de beslistermijn op te schorten uitgebreid. Zo kan de beslistermijn onder andere worden opgeschort voor de periode dat de aanvrager daar schriftelijk mee instemt, voor de periode dat de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend en zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beslissing te nemen. Verder wordt net als onder de huidige wet de beslistermijn ook opgeschort als het bestuursorgaan de aanvrager verzoekt de aanvraag aan te vullen.