Crisis- en herstelwet permanent

Door: Irma van den Berg (nieuwsbrief april 2013)

Op 26 maart 2013 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot verlenging voor onbepaalde tijd van de Crisis- en herstelwet (33 135). De verlenging duurt voort totdat de Omgevingswet in werking zal treden. De Crisis- en herstelwet zal in die wet opgaan.

Met deze wetswijziging worden ook enkele “quick wins” ingevoerd, waar in de praktijk al langere tijd met smart op wordt gewacht:

De termijn voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan wordt verlengd van 5 naar 10 jaar;
De procedure voor het verkrijgen van een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan wordt verkort van 26 naar 8 weken;
Onderzoeksgegevens die aan een ruimtelijk plan ten grondslag liggen zijn in principe minimaal twee jaar houdbaar.

Verder wordt artikel 1.4 van de Crisis- en herstelwet aangepast: lagere overheden kunnen, ook in Crisis- en herstelwetzaken, weer in beroep tegen elkaars besluiten. Alleen besluiten van de centrale overheid zijn nu nog verboden terrein.

Het is de bedoeling dat de wetswijziging in mei 2013 in werking treedt, met uitzondering van de bepalingen over de verlenging van de termijn voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. Dit onderdeel van de wet zal, verwacht het ministerie, in ieder geval pas na de zomer in werking treden, tegelijk met een algemene maatregel van bestuur ter uitwerking van enkele artikelen.

Sommige onderdelen van de Crisis- en herstelwet, zoals het relativiteitsvereiste en de mogelijkheid om in bezwaar of (hoger) beroep inhoudelijke gebreken van een besluit te passeren, zijn al eerder permanent geworden doordat zij sinds 1 januari 2013 zijn opgenomen in de Awb (het relativiteitsvereiste in artikel 8:69 Awb, het passeren van inhoudelijke gebreken in artikel 6:22 Awb). Deze onderdelen zijn nu dus van toepassing in het gehele bestuursrecht, niet alleen bij projecten waarop de Crisis- en herstelwet van toepassing is. De Wet aanpassing bestuursprocesrecht is te vinden in Stb. 2012, 682.