Extreme prijsstijgingen bij bouwcontracten: voor rekening van aannemer of opdrachtgever?
De Raad van Arbitrage gaf in een vonnis van 1 september 2025 (nr. 89110) wederom zijn richtsnoer voor het verdelen van extreme prijsstingingen door onvoorziene gebeurtenissen. De zaak betrof een aannemingsovereenkomst op basis van de UAV 2012. Na contractsluiting brak de oorlog in Oekraïne uit. Volgens de aannemer leidde dat tot forse kostenstijgingen die hij wilde doorbelasten aan de opdrachtgever.
De belangrijkste overwegingen van arbiters:
- Er is sprake van een onvoorziene gebeurtenis in de zin van par. 47 UAV 2012.
- De aannemer heeft tijdig en voldoende gewaarschuwd, zoals vereist in lid 3 van par. 47 UAV 2012.
- Omdat een prijsvaste aanneemsom was overeengekomen, kunnen reguliere prijsstijgingen niet worden doorgerekend.
- De aannemer krijgt een bewijsopdracht: met objectieve, verifieerbare marktdata moet hij per materiaalcategorie aantonen welk deel van de kostenstijging daadwerkelijk het gevolg is van de oorlog.
En de uitkomst: de aannemer moet eerst zijn algemene risico-opslag van 2,5 % (over de begrote kosten van de betreffende bouwstoffen) ‘opeten’ én daarnaast 5 % (van de gehele aanneemsom!) zelf dragen. Alleen het restant komt voor rekening van de opdrachtgever. De arbiters geven verhelderend rekenvoorbeeld:
| Aanneemsom: | € 1.000.000,00 |
| Bedrag voor (totale) materiaalkosten in de aanneemsom: | € 500.000,00 |
| Ondernemersrisico van 2,5% (2,5% van € 500.000,00): | € 12.500,00 |
| Prijsstijging van materialen (totaal van de desbetreffende posten): | € 100.000,00 |
| Restant prijsstijging na correctie voor ondernemersrisico (€ 100.000,00 - € 12.500,00 =): | € 87.500,00 |
| 5% van de aanneemsom: | € 50.000,00 |
| Restant boven 5% (87.500 – 50.000,00=): | € 37.500,00 |
Het leidt er toe dat slechts een deel (in het voorbeeld: 37.5k) van de totale prijsverhoging (100k) doorbelast kan worden.
Er is natuurlijk discussie mogelijk of deze verdeling redelijk is. De berekenwijze van de RvA wordt in elk geval niet gevolgd in bijvoorbeeld een arrest van het hof Amsterdam van 28 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:3021 (m.b.t. art. 7:753 BW). Het hof oordeelt dat de aannemer de prijsstijgingen (integraal) mag doorbelasten die zich voordeden na het moment dat de aannemer de opdrachtgever had gewaarschuwd.
Binnen de bouwpraktijk zijn de meningen verdeeld welke rekenwijze juist is en in hoeverre prijsstijgingen (deels) voor rekening van de aannemer moeten blijven. Wat vindt u? Wij treden graag met u in overleg.


