Zogenaamde 'gefaseerde BOPA' voor het eerst getoetst door de bestuursrechter
De rechtbank gelderland (15 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4271) heeft de eerste uitspraak gedaan over de zogenaamde ‘gefaseerde’ omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) als bedoeld in artikel 12.27a Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Bij deze werkwijze wordt een ontwikkeling eerst op hoofdlijnen planologisch mogelijk gemaakt, waarna de concrete uitwerking in een opvolgende vergunning aan de orde komt. Dit kan bijvoorbeeld praktisch zijn wanneer nog onzeker is of de gemeente aan een functiewijziging wil meewerken: de initiatiefnemer hoeft dan nog niet direct kosten te maken voor de volledige uitwerking van het bouwplan en de beoordeling van onder meer de welstandsaspecten. Voor zover de concrete uitwerking van de tweede BOPA binnen de eerste BOPA blijft, hoeft bij de opvolgende vergunning niet opnieuw te worden beoordeeld of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Deze constructie wordt ook wel de dubbele knip of de opvolgende BOPA genoemd.
In deze zaak was in januari 2025 toestemming verleend voor de bouw van een woning op een perceel met voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Daarbij waren onder meer de maximale inhoud van de woning en de maximale oppervlakte van de bijgebouwen vastgelegd. Eind 2025 volgde een aanvraag voor het concreet uitgewerkte bouwplan, dat binnen deze maatvoering bleef.
Hoewel het bouwplan paste binnen de eerste vergunning, bestond nog steeds in strijd met het omgevingsplan. Een BOPA wijzigt het omgevingsplan namelijk niet. De opvolgende vergunning doet sommigen materieel misschien denken aan een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA), maar is juridisch gezien opnieuw een BOPA.
Artikel 12.27a Bkl brengt echter mee dat bij de tweede vergunning niet opnieuw hoeft te worden beoordeeld wat in de eerste BOPA al uitdrukkelijk is toegestaan. Omdat de mogelijkheid om op deze locatie een woning te realiseren al onherroepelijk was vergund, konden omwonenden bij de tweede vergunning niet alsnog de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de woning als zodanig ter discussie stellen. Bezwaren over bijvoorbeeld privacy en het toepasselijke gemeentelijke beleid hadden tegen de eerste BOPA moeten worden gericht.
De uitspraak bevestigt daarmee dat een ontwikkeling met opeenvolgende BOPA’s kan worden vergund. De eerste BOPA legt het planologische kader vast; bij de volgende BOPA staat vooral centraal of de concrete uitwerking binnen dat eerder vergunde kader blijft - en indien dat zo is behoeft deze tweede BOPA op die punten geen nieuwe ETFAL-beoordeling.


